Afdrukken
Hij heeft altijd gevaren. Als matroos en kok op de koopvaardij. Hij was water, lucht en ruimte gewend. Behalve in de kombuis, maar die hield hij dan ook schoon en netjes. Zoals hij nu zijn huis en het gezamenlijke trappenhuis opgeruimd en fris wil houden.
Hij is gewend om van zijn hart geen moordkuil te maken. Zodra hij ziet dat iemand rommel achterlaat of de boel vies maakt zegt hij er wat van. Hij is geen tactvol mens. Bovendien gebruikt hij op de vaart geleerde termen. Dat leidt soms tot een ‘aanvaring’ met de buren. Hun kinderen laten fietsjes en ander speelgoed in de hal slingeren. Ook laten ze papiertjes, blikjes en afdrukken van schoenen  achter.  “Opruimen, schoonmaken ? Ho maar!”zegt hij met een stem als een scheepstoeter. “Als je er wat van zegt, lopen ze weg of geven een grote mond. Wat moet ik doen opdat ze hun rotzooi zelf opruimen en schoonmaken?”
Hij heeft geen behoefte aan een bemiddelingsgesprek. “Daar ben ik geen type voor “. Maar hij wil wel een gesprek met een bemiddelaar om te onderzoeken hoe hij zijn buren wèl kan bewegen om de gezamenlijk ruimtes schoon te houden. Hij staat open voor suggesties, zegt hij. Een buurtbemiddelaar is met hem een coachingsgesprek aangegaan. In dat gesprek begreep hij dat zijn directe aanpak niet werkt.  Hij ontdekte dat een andere benadering, andere woorden en het geven van het voorbeeld door samen met ze op te ruimen misschien een beter effect kan hebben.
Het gaf hem een positief gevoel. “Ik vind het eigenlijk wel leuk om met die koters aan de slag te gaan.  Zo kunnen ze wat leren van een ouwe man”, zegt hij vrolijk. De stevige handdruk die hij de bemiddelaar na afloop gaf, gloeide nog een tijdje na.

Dalia
211210