Op mijn verjaardag kreeg ik een puppy, een schattig beestje. Eigenwijs en heel lief. Lex, heet hij. Op de halve dagen dat ik werk, moet ik hem alleen laten. Dat vind ik wel zielig, maar die vier uurtjes zijn zo voorbij.

Na twee weken kwam de buurvrouw bellen. Ze had een rooie kleur en gilde meer dan ze sprak: Dat mijn hond de hele tijd blaft en jankt en zij daar last van heeft en dat ik moet zorgen dat het stopt! Ze zei nog veel meer en op zo’n toon dat ik erg boos werd.  
Ik wist niet dat Lexie blaft of jankt als ik er niet ben. Hij slaapt altijd als ik weg ga. Ik geloofde haar niet. Sindsdien keken we elkaar niet meer aan. Tot een buurman van twee huizen verder tegen me zei: “Weet je wel dat je hond de hele tijd jankt als jij er niet bent?” Toen geloofde ik het. Maar wat kan ik doen?
Op een avond belden twee mensen aan. Ze stelden zich voor als buurtbemiddelaars en waren door de buurvrouw  ingeschakeld. Het ging om de hond. Zij boden aan te helpen de wrevel tussen ons op te lossen. Ik heb ze verteld dat ik het vervelend vind dat de buren over mijn hondje klagen, maar niet weet wat ik er aan moet doen.
Een paar dagen later zat ik met die bemiddelaars en de buurvrouw aan tafel. Eerst verliep het gesprek stroef. Ze zei dat ze zich erg had opgewonden over het janken van mijn hond en in een boze bui bij mij had aangebeld. Achteraf vond ze dat jammer. Ze zei sorry en toen zakte mijn boosheid. Ze hield wel vol dat ze van het geblaf en gejank van mijn hondje af wil. Ik vond dat naar om te horen, niet alleen voor haar, maar ook voor mijn Lexie. Ze gaf me een adres van een puppy trainer. Ik vond het aardig dat ze met me mee had gedacht.
En het heeft geholpen. Mijn hondje jankt niet meer en blaft minder en tussen de buurvrouw en mij gaat het weer beter. Grappig: als Lexie de buurvrouw ziet wil hij altijd door haar aangehaald worden.

april 2010 - Dalia