Zijn ogen spuwen vuur terwijl hij vertelt over het gedrag van zijn buurkinderen. “Het gaat niet alleen om de herrie en de troep die ze maken, het gebrek aan respect vind ik nog het ergste!” Ze hebben hem uitgescholden voor ‘ouwe zeikerd’ toen hij vanuit zijn tuin riep dat ze hun rommel niet in zijn tuin moesten gooien. Hij kan er niet bij dat die jongelui tegen hem, bijna 80!, zo’n toon aanslaan.
We zitten op een zonbeschenen bankje in het park. Hij was spontaan tegen me gaan praten toen ik naast hem ging zitten. Al dertig jaar woont hij hier en dit gezin sinds een paar maanden. Hij kent ze niet, maar als de ouders niet thuis zijn: ”Mevrouw, dan breken ze de tent af!” Hij herinnert zich dat zijn moeder, toen hij kind was, hem waarschuwde: ”Rustig, denk om de buren!” Hij weet zeker dat dat tegenwoordig niet meer gebeurt. Tegenwoordig houden mensen geen rekening meer met elkaar volgens hem en bovendien:. “De mensen kennen elkaar niet meer, mevrouw.”
Dan komt er een vrouw naar ons toe lopen met in haar hand een bos sleutels. Terwijl ze die aan de man naast me aanreikt zegt ze: “Ha, buurman. Ik hoopte u hier te vinden. U zit hier elke middag toch? Kijk, u had uw sleutels op de deur laten zitten. Ik dacht, ik haal ze er maar af voor de veiligheid en breng ze u even”.
Nadat hij haar uitvoerig bedankt heeft en ze verder is gelopen, zegt hij met verbazing in zijn stem: “Dat is de moeder van die onbeleefde jongelui ….snapt u dat nou? Dat ze weet wie ik bèn!” Zijn boosheid is gezakt. Ik knik hem vriendelijk toe. Volgens mij kan hij de overlast die haar kinderen hem af en toe bezorgen best eens ter sprake brengen. Zeker nu hij zelf ook wat milder gestemd is.
Dalia
190909
We zitten op een zonbeschenen bankje in het park. Hij was spontaan tegen me gaan praten toen ik naast hem ging zitten. Al dertig jaar woont hij hier en dit gezin sinds een paar maanden. Hij kent ze niet, maar als de ouders niet thuis zijn: ”Mevrouw, dan breken ze de tent af!” Hij herinnert zich dat zijn moeder, toen hij kind was, hem waarschuwde: ”Rustig, denk om de buren!” Hij weet zeker dat dat tegenwoordig niet meer gebeurt. Tegenwoordig houden mensen geen rekening meer met elkaar volgens hem en bovendien:. “De mensen kennen elkaar niet meer, mevrouw.”
Dan komt er een vrouw naar ons toe lopen met in haar hand een bos sleutels. Terwijl ze die aan de man naast me aanreikt zegt ze: “Ha, buurman. Ik hoopte u hier te vinden. U zit hier elke middag toch? Kijk, u had uw sleutels op de deur laten zitten. Ik dacht, ik haal ze er maar af voor de veiligheid en breng ze u even”.
Nadat hij haar uitvoerig bedankt heeft en ze verder is gelopen, zegt hij met verbazing in zijn stem: “Dat is de moeder van die onbeleefde jongelui ….snapt u dat nou? Dat ze weet wie ik bèn!” Zijn boosheid is gezakt. Ik knik hem vriendelijk toe. Volgens mij kan hij de overlast die haar kinderen hem af en toe bezorgen best eens ter sprake brengen. Zeker nu hij zelf ook wat milder gestemd is.
Dalia
190909
