Voor mijn kat koop ik dieetvoer bij de speciaalzaak. Ik zoek het juiste merk en loop in de richting van de kassa.
Bij de stelling met parkietenvoer is een discussie gaande tussen twee bejaarde dames.“Ik vind het zielig dat vogels honger lijden, daarom strooi ik voer!” zegt een dame steunend op haar rollator. De ander vindt dat onzin. Volgens haar levert dat voeren overlast op. Daar is de vogelliefhebster het niet mee eens: “Overlast? Die vogels doen niemand kwaad”, waarop de ander snibt: “Nee, maar die vogels dragen ziektes bij zich en hun uitwerpselen liggen op balkon en galerij. Die viezigheid komt door dat voeren van jou”. Het gezicht van dame met rollator betrekt: “Maar ik kan ze toch niet laten verhongeren?” Ze voelt zich verantwoordelijk voor hulpeloze dieren. Dat vindt de andere dame onzin: “Ach, die beesten vinden hun voedsel zelf wel. Jij moet er mee stoppen want ik ben die vuiligheid zat.”
De eigenaar van de dierenwinkel mengt zich in het gesprek. Hij probeert de dames te kalmeren door uit te leggen dat vogels bij strenge vorst hulp kunnen gebruiken, maar het zelf weer kunnen zodra het niet meer vriest. Helaas helpt dat niet. “Zie je nu wel”, zegt de ’anti voeren’ dame, die van schoon en netjes houdt. De andere dame schuifelt verdrietig weg.
Ik reken af bij de kassa en heb het idee dat de dames, in een rustig gesprek met een kopje koffie, wat nader tot elkaar kunnen komen. Een neutrale partij als buurtbemiddeling zou daar behulpzaam bij kunnen zijn.
December 2010 - Dalia
