Vorige maand eindigde zijn tuinfeestje erg vervelend. Vrienden, collega’s en zijn ouders waren gekomen. Hij had eten en drinken gekocht en tafels, stoelen èn de barbecue in de tuin gezet. Hij had ook  de speakers van zijn installatie gedraaid zodat de muziek in de tuin goed te horen was. Toen iedereen er was, werd geklonken op zijn verjaardag.

Nadat hij de barbecue aan had gemaakt, die in het begin nogal rookte, sloegen buren hun ramen en deuren hard dicht. Omdat hij bezig was met het verzorgen van zijn gasten en het roosteren van het vlees,  besteedde hij daar geen aandacht aan. Even later riep een buur iets vanuit zijn tuin. Vrienden die naast de schutting zaten vertelden later dat de buurman vroeg of het wat zachter kon. Een collega had een lollige opmerking gemaakt die de buurman niet kon waarderen. Dat er wordt gelachen en gepraat hoort bij een feestje vindt hij, net als het vrolijke lied dat zijn vrienden aanhieven later op de avond. Tegen twaalf uur stond er politie voor de deur. Ze kwamen vanwege klachten van de buren over herrie. De agenten waren beleefd maar twee van zijn vrienden reageerden onbeheerst. Toen liep het uit de hand. Een opstootje in de straat en veel rumoer.

Zijn naaste buren kijken hem sindsdien niet meer aan.

En nu zitten er twee mensen van buurtbemiddeling op zijn bank, omdat de buren met hem willen praten. Hij vindt het flauw dat ze die avond niet zelf hebben aangebeld. Ook vindt hij dat hij in zijn huis en tuin mag doen wat hij wil. Bovendien ergert hij zich ook wel eens zijn buren.  Maar, hij beseft dat er iets moet gebeuren, want hij vindt dit niet prettig. Daarom besluit hij om met de bemiddelaars in gesprek te gaan met zijn buren.

juni 2010 - Dalia