“Hoe gaat het?” vraag ik in het voorbijgaan. Mijn buurtgenootje blijft staan en antwoordt met een sombere blik: “Eerlijk gezegd: niet goed.”
Ze vertelt dat ze ruzie heeft met de buren boven haar, een gezin met vier jonge kinderen.  “Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat rennen, bonken en krijsen ze. Ik heb vaak gevraagd of ze zachter willen doen, maar ze hebben lak aan me.”  Ze ziet er vermoeid uit.  “Ik ben nu ook niet vriendelijk meer. Ik heb ze gisteren flink de waarheid gezegd en ik bonk tegen de verwarming  als ze tekeer gaan.” Haar huisbaas heeft haar verwezen naar buurtbemiddeling.  Dat ziet zij niet zitten. “Kom nou, denk je dat die het voor me kunnen oplossen?” Zij vindt dat de huisbaas de buren moet aanspreken.
Ik kan me voorstellen dat het vervelend is dagelijks herrie van de buren te horen en het gevoel te hebben dat ze geen rekening met  je houden. Mijn voorstel om de buren te vragen eens bij haar binnen te komen luisteren naar het geluid, maakt haar aan het twijfelen.
Maar, ze blijft er bij dat het toch niet zal helpen, al zegt ze dat ze er over na zal denken. “Sterkte hoor”, zeg ik als we  verder lopen, “Bedankt dat je naar me luisterde,“ antwoordt ze.
Het houdt me nog een tijdje bezig. Buren kunnen elkaar, soms onbewust en ongewild, het leven zuur maken.  Daar met elkaar over praten verdient een kans, vind ik.  Het werkt indien beide buren dat willen en gemotiveerd zijn om een oplossing te zoeken.

mei 2010 - Dalia