| 08 februari 2010
We kennen elkaar van tennis, maar weten eigenlijk niet veel van elkaar. Dat ontdekken we tijdens een etentje in een gezellig eetcafé. Nadat ieders tenniskwaliteiten uitvoerig en met humor aan de orde zijn geweest worden andere onderwerpen aangesneden.Iemand begint over auto’s, files en dan het gebrek aan parkeerplaatsen. Ron vindt niets zo ergerlijk als een buur die zijn grote witte bedrijfsauto bij hem voor de deur parkeert. Zijn linkerbuurman doet dat regelmatig, zegt hij. Ook als er plaats vrij is voor diens eigen voordeur. “Zit ik het hele weekend tegen dat grote witte ding aan te kijken!” Ik vraag of hij daar met zijn buurman over gesproken heeft. Ron antwoordt: “Ik kijk wel uit, misschien krijg ik een grote mond en dan hebben we ruzie.”
“Maar je kunt het toch vriendelijk vragen”, waagt een ander aan tafel. Johan, een rustige jongen die links van me zit, vertelt dat hij dat ook heeft gedaan. Iemand uit een andere straat zette zijn bestelwagen ook steeds bij hem voor de deur.
Na twee keer heeft hij die man aangesproken. Die gaf toe dat hij twee straten verder woont. Zei ijskoud dat hij hem niet voor zijn eigen deur wilde parkeren. “De straat is van iedereen, ik mag mijn wagen toch zetten waar ik wil? “ Daar was mijn tenniscollega het mee eens, maar hij vertelde ook dat hij het een vervelend gezicht vond voor zijn deur. Hij vroeg de man of hij zijn bestelwagen, in het vervolg misschien een stukje verder, bij de blinde muur wilde zetten. Daar had die man geen bezwaar tegen en heeft dat vervolgens steeds gedaan.
“Zie je, het kan dus wel, als je maar vriendelijk en redelijk blijft” lacht Mia, zijn vrouw.
Februari 2010 - Dalia


